Klaas Schoots, adviseur bouwzaken Bisdom van ‘s-Hertogenbosch:

 

 

 

“Wat is een hedenland zonder een verledenland?”

 

 

 

Het eerste wat Klaas Schoots vertelt als we aan tafel gaan zitten voor dit interview is:”Ik ga volgend jaar met pensioen maar ik blijf wel gewoon werken want ik heb maar één hobby en dat is m’n werk.” Klaas is een geboren en getogen Tielenaar en wordt al jong gegrepen door het restauratievak al komt hij uit een familie van groenteboeren. Een boeiend relaas van een man die werkt voor het Bisdom van ’s-Hertogenbosch, met Maks een eigen monumentenadviesbureau heeft en in Nederland een prominente plaats heeft verworven in de restauratiewereld. Een monoloog.

 

“Ik ben geboren in 1948 en ik ging in 1963 van de ambachtsschool in Tiel. Ik wilde gaan werken. Niet als groenteboer en ook niet als automonteur, het vak van mijn vader. Ik wilde timmerman worden. Mijn vader en moeder vonden het maar niks. Ik heb toen beloofd dat ik naast mijn werk ’s avonds door zou studeren. Uiteindelijk bracht mijn vader mij achterop zijn fiets naar Bouwbedrijf De Vree en Sliepen en zei tegen de ouwe De Vree:”Hier hed’m, moakt er maar iets van.” De Vree en Sliepen restaureerde toentertijd de Sint Maartenskerk in Tiel en ik begon als klein menneke met het vegen van de krullen.”

 

“Ik werd meteen gegrepen door de aard van het werk en dat heeft me nooit meer losgelaten: de ambachtelijke manier van werken, gebruik van oude materialen en tegelijkertijd iets klaarmaken voor de toekomst. De mentaliteit van de restaurateurs sprak me enorm aan: de mensen hielpen elkaar; er was humor en saamhorigheid. Toentertijd was er ook geld genoeg om te restaureren. Nu zijn alle subsidies nog maximaal 50% van de projectsom en de rest moet komen uit eigen middelen. Toen was dat 95 à 100%. Nu moet ik als directievoerder elk dubbeltje omdraaien. Dat is trouwens volledig terecht hoor. We moeten het geld van de overheid op een zeer zorgvuldige manier uitgeven, al merk ik wel dat dit niet altijd lukt, zoals bij de Sint Jan en het Rijksmuseum.”

 

“Op mijn negentiende heb ik mijn gezeldiploma gehaald en een jaar later was ik assistent uitvoerder en vervolgens uitvoerder. Ik heb 16½ jaar bij De Vree en Sliepen gewerkt en door een verschil van inzicht ben ik in 1980 bij de Monumentenwacht Gelderland gaan werken. Ik was daar regiohoofd en uiteindelijk ben ik in ’99 vertrokken als waarnemend directeur. Ik was daar teveel bezig met de organisatie zelf en ik wilde veel liever mijn vak uitoefenen, dus ben ik aan de slag gegaan bij het Bisdom van ’s-Hertogenbosch. Daar werk ik nu 13 jaar als adviseur bouwzaken.”

 

“Ik adviseer de parochies omtrent hun onroerend goed en dat is van het vernieuwen van het slot van de voordeur tot en met een restauratie van vijf miljoen euro. Op het bouwbureau maken wij complete restauratieplannen en we weten exact de weg in subsidieland. Kijk, het lastige van mijn vak is dat je heel veel van heel veel moet weten. Van techniek, organisatie, financiën, van subsidiemogelijkheden, maar ook van wet- en regelgeving. We restaureren momenteel vier kerken: Schaijk, Lithoijen, Altforst en Teefelen en bij alle vier ligt er een volledig draaiboek. Natuurlijk restaureert het bisdom niet elke kerk en wordt herbestemming steeds meer een optie, zeker nu de provincie en het rijk momenteel nauwelijks geld over hebben voor de restauratie van religieus erfgoed. Daardoor verdwijnen er gebouwen en dat doet pijn, want wat is een hedenland zonder een verledenland? Maar we kunnen niet alles bewaren, zeker niet gebouwen die geen beschermde status hebben als gemeentelijk of rijksmonument"

 

“Ik ken Ferdy Bogaerts al vanaf halverwege jaren ’90 toen ik bij de provincie werkte in een toezichtfunctie. Vanaf ’99 is ons contact geïntensiveerd omdat het bisdom mij aanstelde als adviseur bouwzaken en Bogaerts de kerk in Berghem van een nieuw leien dak voorzag. Eén van mijn specialiteiten is leibedekking en ik ben in heel veel groeves geweest, ik ben lid van de leikring en ik heb samen met andere deskundige richtlijnen gemaakt voor het leggen van leibedekking op monumentale gebouwen. Ik kan dus goed beoordelen of een leidekker kwalitatief voldoet ja of nee. Het gaat namelijk om vakmanschap: dat is essentieel. Ik ben dan ook altijd superenthousiast als het werk goed is, maar ook meedogenloos als het niet klopt. Dan moet het opnieuw. Ik leg de lat namelijk hoog: dat verwacht de opdrachtgever ook van mij.”

 

“Ferdy is een mens. Daarmee bedoel ik te zeggen dat het een fijne vent is om mee samen te werken. En ik hecht mij ook aan mensen. Ferdy kan zich ook wel eens vergissen, maar ik hoor hem nooit zeuren als een project financieel niet helemaal goed is verlopen. En hij doet ook niet moeilijk als er iets kleins even erbij moet worden gedaan. Dat is belangrijk naast de kwaliteit, die wij van hem vragen. In het begin hadden de mensen van Bogaerts nog wel moeite met het loodwerk maar Ferdy heeft geïnvesteerd in loodgieters. Nu levert het bedrijf het complete vakmanschap: lei, lood, koper en zink. Bijvoorbeeld bij de kerk in Schaijk hebben zijn mensen topvakmanschap geleverd. Bogaerts is nu een heel goed bedrijf met alle aspecten van het werk onder één dak. Dat laatste vind ik belangrijk en in dat proces heb ik Ferdy kunnen helpen, maar ik heb ook van hem geleerd, bijvoorbeeld over het feit dat ondernemen ook een vak is. Zo zie je maar, het blijft een wisselwerking en samen komen we tot het beste resultaat, want ook in de restauratiewereld draait het om teamwork.”